Go-home Photos_no Nederlands English Iceland German
www.frozendreams.nl
Call2 Icelandair Hardloopwinkel Willingen_usseln

Nieuws

Team Spartathlon Return to reykjavik Resting day Personal coaching Nieuws Nieuw News Los Content

Frozen Dreams steunt Roparunners

31 March 2010

Middels een speciale 'boekenactie' steunt Frozen Dreams de Roparun, zie ook www.lopersvoorlopers.nl.

Hierbij het verslag van Jan Fokke die in 2008 de Roparun liep. In het fotoalbum staan tevens de foto's.

 

 

 

De start

Na een lange rit en een lange dag is het dan om 18.18 uur eindelijk zo ver. Wat opvalt is dat tot op dat moment alles tot in de minuut volgens de planning verloopt; helaas zou dat geen voorbode zijn voor meer van hetzelfde, daarna werden alle planningen in positieve zin verbrijzeld. Wij lopers willen van start. Je kan de hele dag hangen, stressen en met fietsen hannesen die ergens moeten zijn onderweg, je kunt alles uitdenken, maar voor ons geldt: doe maar één pistoolschot en zet het hele circus in beweging, waarna het proces van improviseren begint. Gezond en nuchter de dingen over je heen laten komen.

Zo denken we erover als we enkele minuten voor de start liggen te mijmeren in het gras. We zijn ontspannen en willen fijn een stukkie rennen, dan komt de rest vanzelf. Bovendien: onze chauffeur heeft een racebrevet, dus als er iets misgaat onderweg, dan scheurt hij de gaatjes maar gewoon dicht!

 

Frontrunner

De enige loper die een beetje onrustig is, is Marco, onze startloper. Het tekent de man, de atleet. De hele dag (en nacht), elke minuut, is hij bezig met zijn lichaam, met de wedstrijd. Het is af te lezen aan kleine signalen: de bidon altijd binnen handbereik, dribbelpasjes om de spierspanning op peil te houden, het handdoekje om de nek. Een man die weet wat hij doet. Niet voor niets is uitgerekend hij de startloper. Hij maant ons op te staan en onze rossen te bestijgen. De eerste 10 kilometer mogen er geen volgauto's bij de lopers en moeten we zowel lopen als fietsen. Na maanden van voorbereiden vinden we het allemaal oké; laat ons maar los.

 

Bewonderende blikken

Al bij binnenkomst van het startvak vangen we de bewonderende blikken van de andere teams. Wij hebben ronduit de slechtste fietsen van de meer dan 300 teams. Een bijeengeraapt zootje! Een (te) kleine racefiets van mijzelf waar menig loper de nek en rug aan op zal moeten offeren, een opoefiets die koppig in z'n vijf blijft steken en die stuurt als een hummer, een mountainbike met aanlopende voorremmen (gelukkig slijten ze als je 533 kilometer fietst) en nog een opoefiets. De andere teams hebben zwaar opgetuigde sportfietsen, met slicks, computers, kaarthouders, verlichting en waterdichte Ortlieb-fietstassen en versnellingen. Wij niet. Ons fietspark telt twee fietsen waarvan de versnellingen het min of meer doen, één fietscomputer, waarvan de batterijen leeg zijn, zo blijkt net voor de start. We zullen dus allemaal ongeveer 10 minuten lopen in plaats van twee kilometer. Geavanceerde fietstassen hebben we ook niet, wel één fietsmandje voorop de ene opoefiets. Het zit wel een beetje los. We hebben wel goede moed, maar we weten dan ook nog niet wat er in die 533 kilometer aan hellingen van de buitencategorie voor ons ligt. Goedgeluimd, gaan we meezingend met de muziek, van start. Als de muziek wegvalt, tellen alle omstanders keihard af van tien naar nul, waarna we om 18.18 uur met vijf teams van start gaan. De bok is los!

 

Afstand nemen

Marco zet direct een versnellinkje in, waardoor wij stevig moeten bijtrappen op onze barrels. De wind wappert ons door de haren, terwijl Marco afstand neemt. Als snel laten we de meeste teams zwetend en slikkend in ons kielzog achter. Marco geeft alles; wij ook en we vliegen door les Banlieux, de sfeervolle buitenwijken van Parijs. Rijen met woonblokken laten we achter ons en we zijn blij dat we straks de binnenlanden ingaan. Na ongeveer negen minuten trap ik nog iets harder door om Marco achter me te laten. Ik parkeer de fiets in de berm en middels een ferme tik van Marco, krijg ik het sein dat ik het op een lopen mag zetten. Met gezwinde pas begin ook ik teams in te halen. Het is bloedheet en we zagen op de heenweg vanuit de bus reeds mensen wandelen op de hellingen, met dikke rooie koppen. Als het morgen zo blijft, gaat het vast en zeker een slagveld worden.

 

Stinkende bunzingen en konijnen

Na weer negen minuten sjeest Hinke me voorbij op de mtb met aanlopende remmen. Hinke die voorheen nooit langer dan een halve marathon liep en ook nog eens nooit zonder pijn (waarom loopt ze ook alweer hard?). Gelukkig is ze nu blessure- en pijnvrij. Ze heeft de minste ervaring op loopgebied. Twee dingen heeft ze wel: karakter en doorzettingsvermogen, hetgeen ze reeds tijdens de nachtelijke training in Antwerpen bewees. Volgens intimi ‘sliep ze niet en bleef ze gaan'. Wij plachten je dan een Duracellkonijn te noemen. Misschien is dit voor haar nog wel de grootste uitdaging zo tussen drie van die (stinkende) kerels. Ook navigator Mirjam klaagt al snel over ondraaglijke stanken in de bus. Maar het raam mag niet open, want dan vatten wij kou ;-) Hinke ondertussen kleppert over de keien, terwijl we Parijs verlaten.

 

De pijngrens voorbij

Tot onze spijt moeten we telkens wachten voor de verkeerslichten, maar we doen het toch maar want de organisatie is streng en we willen geen stop-and-go aan onze broek. Na Hinke volgt loper nummer vier van het kwartet: Bram. Bram is een man naar mijn hart. Hij is geen hardloper van nature, maar in eigen woorden ‘een man in een sterk lichaam, die de pijn niet schuwt'. Meteen merk ik op dat hij een vriend van me zou kunnen zijn. Later in de wedstrijd kon hij zijn credo in de praktijk brengen, door een nacht lang te blijven rennen met een bolle knie. Als ik vraag hoe het gaat met de pijn merkt hij grijnzend en met een wit bekkie op ‘ik ben al door de pijn heen. Dit doet geen pijn meer, de dood is reeds ingetreden'. Later blijkt dat hij, net als ik nu, in Nijmegen heeft gewoond. Sterker nog: een goede vriend van hem is een collega van mijn vriendin. De wereld is klein, zo concluderen we, behalve als je van Parijs naar Rotterdam rent.

 

Bakens in de nacht

Na 10 kilometer voegt racecoureur Martin zich met navigator Mirjam en de twee fietsers bij ons. Die laatste zullen vanaf dat moment met ons meefietsen. De derde fiets verdwijnt vanaf dat moment in de bus, voor later als we in Nederland een stuk moeten overbruggen van 80 kilometer waar de volgauto's niet bij ons kunnen komen. Telkens als we gewisseld hebben haalt Martin ons in en parkeert de bus precies twee kilometer verderop in de berm met één brandend achterlicht. Het werd voor ons een mikpunt, waar we ons in de eenzame donkere nacht op konden richten en van waaruit een golf van warmte ontsteeg. Een baken van rust.

 

(in)spanning

Met z'n vieren overbruggen we zo de eerste 45 kilometer, waarna de wissel volgt met et tweede kwartet. De wissels zouden later lastig blijken. Hoe laat is een team ergens en waar is et dan precies? Een factor die meespeelt: we lopen veel sneller dan alle planningen. Als je geen duidelijk kilometerpaaltje of kerkje afspreekt, zit je er zo 13 kilometer naast. Combineer dit met de nachtelijke inspanningen en er ligt nog een andere vorm van spanning op de loer. Na de wissel vetrekken we richting het eerste grote rustpunt; het enige ‘moderne' gebouw in een verder oud dorp. We delen deze rustpunten met ‘Run for Life' en het Ministerie van SZW. Een ongekende luxe. Daar waar andere teams zich moeten behelpen in campers en busjes, hebben wij schoolgebouwen en Stayokays met 60 veldbedden. Die laatste zijn overigens de eerste keer allemaal bezet, zo bemerk ik al gauw. Grom.

 

Egocentrische trekjes

Al snel ontwikkel ik een ritme op de rustplek. Als loper moet je daar je eigen plan trekken en zorgen dat jij jezelf weer weet op te laden; de rest is bijzaak. Ik ontwikkel daarin egocentrische kanten, die ik in het dagelijks leven (denk ik) onderdruk. Dat is hier geen opzet maar noodzaak. Al tijdens de eerste grote pauze ontdek ik dat je als eerste op de massagetafel moet liggen, anders moet je een nummertje trekken. Dat gaat ten kosten van dat ene uurtje nachtrust. Dus: massage, eten, opfrissen, kledingwissel, spullen klaarmaken voor vertrek, tukken. Aangezien ik de eerste keer geen veldbed weet te bemachtigen, overnacht ik in de bus. Dat blijkt later mijn redding, aangezien iedereen heeft wakker gelegen, van bepaalde ‘snurkers'. De bus is dan wel niet zo comfi, het is er wel heel stil en dat is toch en van de minimale vereisten voor een ongestoord uurtje uitrusten. Ik ken deze taferelen nog uit mijn liftvakanties in Schotland, het land waar de whisky rijkelijk vloeit. Sommigen kun je slaan, lang en hard, maar het helpt allemaal voor geen meter. In mijn domein, plug ik mijn ipod in en doezel weg, om een uur later op niet-zachtzinnige wijze gewekt te worden door PV-ers (persoonlijke verzorging of was het pijnlijke ...), die de bus gaan herbevoorraden.

 

Kwijlen in de camera

Van de rustperiode van vier uur, blijft maar 2,5 uur effectieve rust over, Meestal is het één uur aanrijden en later een half uur terugrijden naar het parcours. Gelukkig liggen we dat eerste uur heel lief naast elkaar te kwijlen in de bus. Een prachtige aanblik, zo vond ook navigator Mirjam die een enkel ongecensureerd kiekje heeft verspreid van deze fotogenieke momenten.

 

Nachtelijke beslommeringen

Naar later zou blijken werd onze tweede loopsessie van 2 uur 's nachts tot 7 uur 's morgens de zwaarste. Een afstand van 50 kilometer door de nacht overbruggen, over slecht-verlichte Franse boerenweggetjes, enkel bijgelicht door onze hoofdlampjes en het enkele achterlicht van de bus, dat Martin laat branden aan de einder. Gedurende 50 kilometer rennen we op de tast door de slechte berm van bol-staande landweggetjes. Omdat je loopt in de dansende lichtbol die uitgaat van je hoofdlampje, wordt je belevingswereld wel heel klein en kost het moeite om geconcentreerd te blijven. Bovendien wordt het koud, zeker in contrast met de bloedhete dag, waardoor de spieren stram worden. Als team hebben we er pas 90 kilometer opzitten, maar we hebben het (nu al) zwaar en vallen om van vermoeidheid.

 

Een collectieve dip van formaat

Ik zie het donker in. Na elke etappe van twee kilometer vallen we vermoeid in de bus en blijven er het liefst in hangen; een collectieve dip van formaat, het absolute dieptepunt van de wedstrijd en dan te bedenken dat de zwaarste etappe - 50 kilometer op het heetst van de dag - nog moet volgen. We onderhandelen dan ook met het andere team en na enig handjeklap besluiten we beide vijf kilometer in te leveren gedurende de dag die we dan gedurende de nacht weer moeten goedmaken. Ondertussen lopen we wel ver boven schema en laten de twee andere teams een eind achter ons. De verwachte finishtijd is zelfs gezakt van 14.53 uur naar 12 uur, met een gemiddelde snelheid van 12,7 kilometer per uur versus de voorspelde 12.

 

Goldyhand

Na onze nachtelijke omzwervingen vallen we als lijken uit de bus op de rustplaats. Ik vlieg als eerste de massagetafel op om mijn benen nieuw leven in te laten blazen. Ik heb twee knopen in mijn kuiten ter grootte van knikkers, die eruit gemasseerd moeten worden. Gelukkig staat Vera hier die ik later omdoop tot Goldyhand. ‘Sorry', zegt ze, ‘mijn handen zijn nooit koud, maar nu zijn ze ijskoud'. Zachtjes streelt ze mijn kuiten om ze te laten wennen aan de koude. Ik kreun; direct voel ik het leven terugstromen in mijn afgestorven ledematen. Het bloed begint weer te stromen en de wereld verdwijnt voor even uit mijn gedachten, tot ze haar duimen in mijn knopen zet: ik ben tot de tranen geroerd. We lachen wat af; leedvermaak verbroedert. Toch zijn het deze kleine dingen die je op de been houden tijdens een zware wedstrijd; de handen van Vera, de kop koffie van Judith, het achterlicht van Martin's bus. Na een half uur sta ik als mens op van de massagetafel (versus lijk). Dit in tegenstelling tot de masseurs. Ze komen niet aan slapen toe. Als ze ons hebben gemasseerd (een paar uur lang), komt het team van SZW binnen en dan het team van Run for Life en dan moeten ze alweer door naar het volgende rustpunt om ons weer op te pakken. In de woorden van Vera ‘Ik heb de schouderpartij van een Bokito en de duimen van... (waarvan ook alweer)'.

 

Prikkelende pindasaus

Na de massagetafel waag ik me in het zonnetje aan een kom nasi met pindasaus. ‘Lekker pittig', roept de kok me na. ‘Ik ben niet anders gewend', roep ik stoer. Maar na de eerste hap ben ik wederom tot de tranen geroerd. Het lijkt of iemand een volledige pot sambal in mijn keel heeft geramd. ‘Heerlijk!', roep ik schor, terwijl ik met mijn vorkje de saus van de nasi scheid. Ook later op de dag kan ik tijdens het rennen nog nagenieten van de prikkelende boertjes en de brandende sensatie. Na mijn maaltje kruip ik in de bus om me mentaal voor te bereiden op de etappe die komen gaat.

 

Hitestuwing op de loer

Na onze nachtelijke dwalingen, blijkt de warme etappe mee te vallen. De vermoeidheid is als sneeuw voor de zon verdwenen en de spieren voelen warm aan. Vanuit de bus zien we de eerste loper met een hittestuwing. Zijn gezicht is groen-wit en hij wordt door zijn team in de schaduw gehouden en toegewapperd; einde oefening. Ook ik stuitte vorige week nog op een loper met een zonnesteek. In een wedstrijd over tien kilometer krijgt hij het een halve kilometer voor de finish te pakken, begint te zwalken en valt ter aarde. Hij weet van voor niet meer dat hij van achteren leeft en is helemaal de weg kwijt. Ik giet koud water in z'n nek en ga zo staan dat ik hem uit de zon houd. Hij ijlt en is zo slap als een vaatdoek (zo'n geel doekje dat te lang op je aanrecht heeft gelegen en een beetje plakkerig aanvoelt). We voeren hem af op de brancard, waarna hij gelukkig weer een beetje praatjes begint te krijgen en uiteindelijk weer samanhangend converseert als hij in de ambulance wordt afgevoerd. De boodschap voor vandaag? Drinken, drinken en drinken. Niet tijdens het lopen, maar al ver ervoor. Je lichaam kan pas iets met vocht als het al in je systeem zit. Dus in de bus drinken, zowel voor als na het lopen. Gelukkig kennen ook mijn teamleden hun lichaam en houden we het (droog wou ik bijna zeggen) nat.

Hinke heeft in de middag wat problemen met haar maag, dus proberen we haar tijdelijk een beetje te ontzien en mag ze languit in de bus liggen. Gelukkig herstelt ze snel en blijft rennen; onze hollende Hinke.

 

Pieken op de loop

De rust vormt een verademing. Omdat we enige afstand hebben genomen van de andere twee teams kunnen we in alle rust genieten van de voorzieningen in de jeugdherberg waar we verblijven. Sjonnie heeft de douches schoongemaakt, de PV heeft het eten klaar en de masseurs staan reeds in de aanslag. Na de massage douche ik, trek schone kleren aan en krijg mijn kopje koffie van Judith. Het ultieme genotsmoment. Genieten gaat gepaard met afzien; een piek voelt vele malen hoger na een dal.

 

Wordt vervolgd...

Nieuws overzicht